ABC'tje

Het golfjargon

A Afslagplaats
  De plaats waarvan de eerste slag geslagen wordt op een bepaalde hole. Het is een rechthoekige strook gras, meestal iets verhoogd, aan het begin van de hole.
   
B Birdie
  Een score van één slag onder de par van de hole.
   
C Caddie
  Een persoon die verantwoordelijk is voor het dragen van het materiaal van de speler. De caddie mag advies geven aan de speler.
   
D Driving range
  Terrein of gebouw gebruikt voor het oefenen van uw slagen.
   
E Eagle
  Een score van twee slagen onder de par van de hole.
   
F FORE
  Waarschuwing die geroepen wordt wanneer u ziet dat een door u geslagen bal
mogelijk gevaar kan opleveren voor andere personen op de baan.
   
G Green
  Het speciaal geprepareerde en kort gemaaide gras rond de hole, geschikt voor het putten van de bal.
   
H Hole
  Met de hole wordt bedoeld het gat dat aangebracht is in de green en waarin de bal uiteindelijk geput dient te worden.
   
I IJzers
  Stokken waarvan de clubbladen van metaal zijn.
   
J Jaarbeker
  Elke maand wordt er een wedstrijd gespeeld zogenaamd Maandbeker, en
degene met de beste score eind van het jaar wint de Jaarbeker.
   
K Kant
  Een enkele speler, dan wel twee of meerdere spelers die samenspelen.
   
L Loft
  De mate waarin een bal hoogte bereikt.
Wordt ook gebruikt om de hoek aan te geven die het blad van de club maakt met een verticale lijn, gezien vanaf de zijkant van de club. Hoe groter de hoek des te meer hoogte de bal zal krijgen. De loft wordt gemeten in graden als de hoek die het blad maakt met een lijn parallel aan de shaft.
   
M Marker
  Een marker is een persoon die de score noteert van een medespeler in een wedstrijd. Een marker wordt aangesteld door de Commissie. De marker hoeft niet noodzakelijk een derde te zijn maar kan tevens een mede speler zijn.
   
N Negentiende hole
  Het clubhuis. Wordt vaak de negentiende hole genoemd om na 18 holes te
hebben gelopen nog een drankje te doen in het clubhuis.
   
O Out of Bounds
  Een bal is 'out of bounds' wanneer deze zich buiten de grenzen van de baan bevindt, zoals die zijn afgebakend door middel van bijvoorbeeld paaltjes, een lijn of een hek. De grens van 'out of bounds' loopt loodrecht omhoog en omlaag, waardoor punten boven of onder de grenslijn tevens als grenslijn gelden.
   
P Par
  Het aantal slagen dat een zeer golfspeler nodig heeft om een bepaalde hole of baan uit te spelen. De par van een hole is afhankelijk van de lengte en de moeilijkheidsgraad van de betreffende hole. Voor iedere hole is het aantal slagen (par) aangegeven op de scorecard.
   
Q Qualifying
  Geeft aan of deelnemers in een wedstrijd of toernooi hun handicap al dan niet kunnen verlagen.
   
R Rough
  Dat gedeelte van een hole dat grenst aan de fairway en vaak gekenmerkt wordt door hoog gras.
   
S Stroke play
  Een wedstrijd waarbij het totaal aantal slagen tijdens een ronde bepaalt wie de winnaar is. De speler met het minst aantal slagen wint de wedstrijd.
   
T Tee
  Houten of plastic pinnetje waarop een bal geplaatst kan worden als hulpmiddel voor het afslaan van een bal vanaf de afslagplaats van de hole.
   
U Uitputten
  De bal in de hole putten. (ook 'uitholen')
   
V Voorgreen
  Gedeelte van de baan gelegen tussen fairway en green.
   
W Waterhindernis
  Meren, vijvers, sloten of rivieren. In het concept van de baan worden ze strategisch gebruikt om het landschap en het spel moeilijk te maken.
   
X X-out
  Ballen met een fabricage fout waardoor ze niet aan de bedoelde kwaliteitseisen voldoen.
   
Y Yips
  Term die gebruikt wordt wanneer de speler - als gevolg van de angst om te missen - moeite heeft om de bal in de hole te putten. De yips worden gekenmerkt door een trillend gevoel in de handen wanneer de bal geput moet worden.
   
Z Zoekregel
  Wanneer de bal niet vindbaar is en de speler gaat zoeken, mag de speler maximaal 5 minuten zoeken. De flight achter de speler moet hij eventueel doorlaten wanneer deze moeten wachten.
Na 5 minuten zoeken moet de speler de bal indien niet gevonden, opnieuw spelen van de plek waar hij de bal de vorige slag sloeg.